Als je aan wedstrijden meedoet, is het handig om te weten wat er allemaal op en rond de mat kan gebeuren. Ook als je wedstrijden kijkt (ouders, opa en oma en zo), is het leuk om de betekenis te weten van wat je allemaal ziet. Deze pagina helpt hierbij.

Scheidsrechter
De scheidsrechter is heel belangrijk. Hij leidt de wedstrijd. Voordat de wedstrijd begint, moet hij er op letten dat de mat in orde is, dat de mensen achter de jurytafel klaar zijn, en dat de judoka’s er netjes uitzien en zich netjes gedragen. Tijdens de wedstrijd zal hij de punten toekennen aan de judoka’s. Hij probeert er voor te zorgen dat de judoka’s eerlijk judoën, dat er geen ongelukken gebeuren en dat er hulp komt als er toch een ongeluk gebeurt. Hij zorgt dat de judoka’s respect voor elkaar tonen, onder andere door ze te laten groeten.

De scheidsrechter praat niet zoveel. In plaats daarvan gebruikt hij een aantal gebaren en losse woorden (de ene scheidsrechter roept wat harder dan de andere). Hieronder vind je deze gebaren en wat ze betekenen.

Hajime: Het beginnen of hervatten van de wedstrijd
hajime

Yuko: Er zijn 5 punten gehaald
yuko

Waza-ari: Er zijn 7 punten gehaald
waza_ari

Ippon: Er zijn 10 punten gehaald, einde wedstrijd
Ippon

Osae-komi: Houdgreep
OsaeKomi

Toketa: Houdgreep verbroken
Toketa

Shido (rolletje): Een straf die je krijgt als je iets onreglementair hebt gedaan.
shido

Aanwijzen van de winnaar
winnaar

Het Scorebord

Hier zie je een voorbeeld van het score bord. Een makkelijk ezelsbruggetje is om de Waza-ari en de Yuko te zien als één getal. In dit geval is het dan ’11’ voor rood en ’01’ voor wit, dus rood staat voor!

1

1

0

0

1

0

Waza-Ari

Yuko

Shido

Waza-Ari

Yuko

Shido

Als wit bijvoorbeeld nog een Yuko scoort, wordt deze bij zijn Yuko’s opgeteld en dat levert dan 2 Yuko’s. Indien wit ook nog een Waza-Ari scoort dan wordt deze erbij gezet. En dan zal wit aan het eind van de wedstrijd winnaar zijn (’11’ rood tegen ’12’ wit). Als daarentegen rood nog een Waza-Ari scoort, zal rood als winnaar worden aangewezen, omdat 2 maal een Waza-ari een Ipon is. Dus einde wedstrijd.

Hoe verloopt een judowedstrijd bij de streekontmoetingen:

– Bij een judowedstrijd worden alle deelnemers in poules ingedeeld die ongeveer van dezelfde leeftijd en hetzelfde gewicht zijn.
– De poules bestaan meestal uit 3, 4 of 5 judoka’s.
– Daarna worden zij naar een mat verwezen waar zij tegen ieder van hun poulegenoten een wedstrijd judoën. (bij een poule van 3 judoot men meestal 2 x tegen de andere poulegenoten)
– De mensen achter de tafel zorgen dat steeds 2 judoka’s klaar staan voor de wedstrijd. 1 van hen krijgt een rode band om (hetzelfde als bij het scorebord)
– De scheidsrechter roept de judoka’s de mat op en laat ze tegenover elkaar staan en een buiging naar elkaar maken. Dan roept de scheidsrechter “Hajime”(beginnen)
– De judoka’s proberen nu gedurende 2 minuten door worpen en grepen punten te scoren. (bij oudere kinderen duurt de wedstrijd langer).
– De scheidsrechter beoordeeld of een worp of greep punten oplevert en roept en gebaart dit.

Puntentelling:
– Yuko = 5 judopunten
Deze verdien je:
– als je de andere judoka werpt voor een gedeelte op de onderrug of op een deel van de zijkant van het lichaam
– Als je de andere judoka 10 t/m 14 seconden in een houdgreep weet vast te houden
– Je kunt oneindig vaak een Yuko scoren in één en dezelfde partij

– Waza-ari = 7 judopunten
Deze verdien je:
– als de andere judoka beter werpt dan bij “yuko” bijvoorbeeld voor een groter deel op de zijkant van het lichaam of van de rug;
– Als je de ander 15 t/m 19 seconden in een houdgreep weet vast te houden;
Je kunt niet meer dan tweemaal in een partij een Waza-ari krijgen. Als je verder leest weet je waarom.

– Ippon = 10 judopunten
Deze verdien je:
– als je de andere judoka nóg beter werpt dan bij een Waza-ari. Bijvoorbeeld voor het grootste gedeelte op de rug of zijkant van het lichaam
– als je de andere judoka 20 seconden in een houdgreep weet vast te houden
– als je al een waza-ari hebt, de andere judoka 15 seconden in een houdgreep weet vast te houden
– als je tweemaal in dezelfde partij een Waza-ari hebt behaald;

– Tijdens een wedstrijd gebeurt het regelmatig dat de scheidsrechter “matte”(stoppen) roept. Op dat moment stoppen de judokas en gaan weer tegenover elkaar staan en gaan vervolgens weer verder. Een reden om “matte” te roepen kan zijn dat de judokas buiten de mat komen, een grondgevecht niet echt tot score gaat leiden, iemand zich pijn heeft gedaan e.d. Roept de scheidsrechter “Osaikomi” dan start een houdgreep, roept hij “Toketa” dan is de houdgreep verbroken.
– Na 2 minuten of als er een Ippon wordt gemaakt (2 Waza-ari’s is ook Ippon!) wordt er een
pittenzak op de mat gegooid vanachter de tafel ten teken dat de wedstrijd over is.
– De judoka met de hoogste puntenscore wint. (5,7 of 10 punten). Dus bijvoorbeeld 1 waza-ari is meer dan 5 yuko’s.
– Hebben de judokas niet gescoord of hebben beide evenveel punten, dan wordt of de wedstrijd met 1 minuut verlengd of de scheidsrechter beslist wie de winnaar is.
– De judokas buigen na de wedstrijd naar elkaar en verlaten de mat.
– Achter de tafel worden alle punten en gewonnen wedstrijden bijgehouden.
– Nadat alle wedstrijden zijn gespeeld volgt de prijsuitreiking.


Reacties

Wedstrijdregels — Geen reacties

Geef een reactie